Misschien is het aan sommigen voorbij gegaan, maar in de afgelopen jaren gebeurde wat de meeste zendamateurs niet hadden verwacht: Radio amateurisme is HOT! Weliswaar is na het in werking treden van het registratiegeld een tijdelijke daling geweest van zendamateurs, echter het aantal examenkandidaten is in de laatste jaren weer duidelijk stijgende! Ook zijn er veel radiozendamateurs die na jaren van afwezigheid ontdekken dat dat de radiohobby gewoon (weer) reuzeleuk is!

Drukte op de band betekent ook dat het soms nodig is om logisch met elkaar te communiceren. Eigenlijk is een repeater een heel vreemd fenomeen, immers, we gaan met z’n allen op dat ene ‘kanaaltje’ praten terwijl er toch écht maar eentje aan het woord kan zijn, een beetje logica is dus soms erg welkom. Hobbyscoop ontvangt met regelmaat vragen van minder ervaren zendamateurs of ergens te lezen is hoe zo’n gesprek, het QSO, nu eigenlijk moet en eerlijk is eerlijk, sommigen gevenoperating-practices-1-638 niet altijd het juiste voorbeeld.

Zendamateurs kennen vele gebruiken, met name in de manier waarop we met elkaar communiceren. Als je voldoende ervaring hebt dan is de gebruikelijke manier om te communiceren efficient, duidelijk en uiteindelijk zeer automatisch. We noemen dit ook wel Operating Practice. Om ervoor te zorgen dat communicatie op een vloeiende manier verloopt en dat tijdens drukte chaos en onbegrip voorkomen worden hebben we hieronder de belangrijkste gebruiken tijdens het QSO met mede amateurs beschreven.

Onderstaande gebruiken zijn ook samengevat op een enkelzijdige pagina die gebruikt kan worden als ‘snelle referentie’ voor diegenen die misschien wat minder ervaren zijn. Print m uit en leg hem in je shack! referentieblad Operating Practise

Dit artikel is tevens terug te vinden op onze Wiki Pagina’s 

Daar gaan we:

Algemeen of gericht aanroepen

Als op de gekozen frequentie of repeater geen gesprek (QSO) gaande is, dan kan je een algemene aanroep doen waarin je in ieder geval jouw eigen callsign vermeld en aangeeft dat je beschikbaar bent voor een QSO.

Voorbeeld: Dit is <jouw callsign> met een algemeen CQ

Als je daarentegen gericht iemand aanroept, dan doe je dit normaal gesproken door éérst de callsign te vermelden van de persoon die je probeert te bereiken en sluit je af met jouw eigen callsign.

Voorbeeld: CQ <callsign tegenstation> ben jij QRV? Dit is <jouw callsign> 

Inmelden tijdens een QSO

Inmelden in een lopend QSO is héél eenvoudig, al doet een aantal radiozendamateurs dit op een afwijkende manier. Dit is niet verboden, maar vaak wel ongewenst vanwege de kans is dat twee stations tegelijk uitzenden en niet meteen bekend is wie zich inmeld. Inmelden doe je bij voorkeur door tussen twee uitzendingen slechts jouw callsign te noemen! Doe dit in geval van een repeater vóórdat de courtesy tone (rogerbeep) te horen is.

Minder gewenst zijn: QSK; break; gespelde callsign; alleen de suffix

Tenslotte zijn er ook nog radiozendamateurs die tussen twee sprekers beginnen mee te praten, vaak zonder vermelding van hun callsign. Op drukke frequenties is het ongewenst hierop te reageren omdat het in veel gevallen gaat om niet geregistreerde radiozendamateurs. Bovendien werkt het “iets tussendoor zeggen” een gewoonte in de hand die alleen maar nadelige gevolgen heeft. Probeer er daarom zo weinig mogelijk op te reageren.

Beginnen en Afsluiten 

Normaal gesproken begin en sluit je jouw uitzending (ook wel “doorgang” genoemd) met het noemen van de callsign van het tegenstation, gevolgd door jouw eigen callsign, en niét andersom!

Voorbeeld begin: <callsign tegenstation> , dit is <eigen callsign> ……
Voorbeeld einde: …… <callsign tegenstation> , dit is <eigen callsign>

Het is voorschrift is om bij inmelden, het begin en einde van een QSO en tenminste één keer per 5 minuten jezelf te identificeren. Als je met z’n tweeen in QSO bent, dan is het noemen van jouw callsign binnen vijf minuten voldoende, je hoeft dit dan niet bij iedere uitzending te doen. Als je echter met meerderen in QSO bent, dan wordt verwacht dat je tenminste aan het begin en/of einde jezelf identificeert. Mocht je de callsign van het andere station vergeten zijn dan volstaat het om in ieder geval jouw eigen callsign te melden.

Inmelders

Meldt zich iemand in op het moment dat jij aan de beurt bent? Geef deze inmelder dan bij voorkeur zo snel mogelijk de gelegenheid om zijn zegje te doen en hou het liefste niet eerst een minutenlang betoog. Heb je toch eerst iets te melden wat niet kan wachten, probeer het dan kort te houden. Inmelders hebben naar goed gebruik nu eenmaal voorrang.

QSO’s met meerdere zendamateurs

Voor veel radiozendamateurs is het lastig te onthouden wie er allemaal meedoen, al helemaal als je je in een mobiele situatie bevindt. Er is één belangrijke regel die je altijd hanteert wanneer er meerdere deelnemers zijn aan een QSO: sluit jouw uitzending altijd af door gericht een andere zendamateur aan te spreken. Laat dus nooit onduidelijkheid bestaan wie er na jou gelegenheid krijgt om te spreken, dat geeft namelijk bijna altijd verwarring bij drukte.

Er zijn twee gebruikelijke manieren om een gespreksronde vloeiend te laten verlopen:

  1. middels een rondeleider
    Eén persoon “leidt” het gesprek en houdt een overzicht bij van alle ingemelde stations zodat iedereen netjes aan de beurt komt. Dit betekent dat deze rondeleider notities maakt en regelmatig de gelegenheid krijgt om alles in goede banen te leiden.
  2. Een doorlopend “rondje”
    Bij een doorlopend rondje hoef je alleen maar te onthouden wie er na je “aan de beurt” is. Als je dit doelbewust onthoudt en iedereen doet dit, dan is er nooit onduidelijkheid over het verloop van het gesprek en wordt niemand per ongeluk overgeslagen. Mocht iemand zich in de tussentijd inmelden, dan kan de voorgaande spreker deze inmelder gelegenheid geven terwijl hij aangeeft wie erna aan de beurt is. Hierdoor is het rondje uitgebreider geworden maar weet nog steeds iedereen waar hij aan toe is.

Spreektijd

Het is een goede zaak om rekening te houden met omstandigheden op de frequentie. Werk je simplex en met z’n tweeen, dan is er niets op tegen om een uitgebreid relaas te houden. Op een drukke landelijke repeater wordt het voortdurend lang spreken je echter niet in dank afgenomen, zelfs als het even iets minder druk lijkt. Probeer in dat geval om jouw spreektijd beperkt te houden en denk er bij voorkeur (vooraf) over na wat je wil vertellen. Dat houdt het QSO inhoudelijk interessant en zorgt ervoor dat je anderen ook voldoende gelegenheid geeft. Het instellen van de spreektijdbegrenzer van jouw zendontvanger op maximaal 3 minuten is ook een goedwerkende oplossing, dan wordt je gewaarschuwd als je de tijd vergeet.

Tenslotte: Als je niets inhoudelijks te vertellen hebt, vraag jezelf dan eens af of (en waarom) je deel wil nemen aan een gesprek.

Creeer ruimte

Bij gebruik van drukke frequenties is ruimte erg belangrijk voor een soepel QSO. Door er regelmatig stil bij te staan dat er ook anderen zijn laat je gemakkelijker ruimte voor anderen en ook inmelders krijgen gelegenheid om mee te doen. Mocht het een beetje chaotisch worden, dan is het creeeren van ruimte een goede manier om overzicht te houden.

Tenslotte

Stichting Scoop Hobbyfonds hanteert enkele spelregels op haar systemen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat het radioverkeer ordentelijk verloopt. Goede Operating Practise gaat niet zonder deze spelregels…

Q codes

Q-codes stammen voornamelijk uit de tijd dat morsecode veel gebruikt werd en zorgde ervoor dat door het seinen van drie letters veelgebruikte zinnen op efficiente wijze konden worden overgedragen. Gedurende spraak communicatie zijn deze codes dus niet echt een waardevolle toevoeging, echter, ze worden wel veel in het amateur jargon gebruikt. We geven ter afsluiting daarom nog even de meest voorkomende Q codes, al zijn er in werkelijkheid veel meer: